In mijn hele leven heb ik drie weken op voetbal gezeten. Het was een drama. Voor alle betrokkenen. Ik was acht jaar en alle jongens in mijn klas zaten op voetbal. Ik voelde toen al dat het geen sport voor mij was. Allereerst moet gezegd worden; ik was (en ik ben) er heel slecht in. Verder kon ik niets bedenken wat er leuk aan was. Een reusachtig veld. Een gigantisch doel. Een relatief kleine bal. Tweeëntwintig kleine strijders op het veld die eerder moordlustig leken dan fanatiek. En overal waar die bal op het veld heen ging verplaatste die meute schermutselingen zich als een zwerm bijen. En dan nog de ouders aan de zijlijn. Daar was geen twijfel over mogelijk; die waren ronduit moordlustig. Het heeft veel indruk op mij gemaakt als klein kind.

Ondanks dat ik in mijn lurven voelde dat het geen goed idee was, wilde ik het wel proberen en stond ik op een koude oktober dag op het veld. Drie weken heb ik vol gehouden. En toen was het moment daar. Ik moest eerlijk zijn tegen mezelf, trouw aan mezelf. Voetbal en ik gaan niet samen. Ik zei ‘nee’ tegen de peer pressure. ‘Nee’ tegen de trainer. ‘Nee’ tegen het idee dat jongens op voetbal moeten. En dat was een heerlijk gevoel. Ik zei namelijk volmondig ‘JA!’ tegen mezelf.

… ik kan het niet

Er zijn nog veel meer dingen die ik niet kan. Ik ben een slechte klusser. Ik kan niet zingen. Ik ben niet lenig. Ik maak heel veel dingen stuk. Ik kan niet een snoepje pakken zonder de hele pot leeg te eten. Ik weet nooit welke kant ik moet opdraaien om de kraan open of dicht te doen. Knutselen met de kinderen, een tent netjes opvouwen, ouderavonden… ik kan het niet.  In sommige gevallen zet ik mij er overheen (ik ga rustig naar een ouderavond en ik doe wel aan yoga ondanks ik hork ben) en in andere gevallen blijf ik bij mezelf (knutselen met de kinderen laat ik aan Suzette over…)

‘worden wie je bent’

Ik heb geleerd dat het belangrijk is om mezelf te kennen. En trouw aan mezelf te blijven. Die zelfkennis is bij mij voortdurend in ontwikkeling. Ik ben daar blij om. Ik blijf leren, ontwikkelen en veranderen. Ik leer nieuwe smaken kennen, ik leer nieuwe schrijvers kennen, nieuwe muziek. In al deze stappen kom ik steeds dichter bij mezelf. Wat dat betreft neem ik mezelf serieus. Of anders gezegd; ik omarm mezelf. Zoals het slogan zegt op de middelbare school van mijn oudste twee kinderen; ‘worden wie je bent’. Dat stopt niet bij de middelbare school…

Van kolkende rivier naar warm bad

Op dit moment ben ik mezelf opnieuw aan het ontdekken. Ik blijf bij mezelf, maar ik ben niet meer de persoon als voor de hersenvliesontstekingen. Vaak wordt er gesproken van een persoon voor de  NAH (niet-aangeboren hersenletsel), en de persoon erna. Een Yvo 2.0 dus… In eerste instantie vond ik dit confronterend. Een van de ergste momenten was dat ik mij realiseerde dat ik niet meer de vader kon zijn die ik graag wilde zijn. Ronduit pijnlijk.

Na verloop van tijd besefte ik dat mijn ontwikkeling in een soort stroomversnelling is gegaan. Ik probeer zo veel mogelijk mee te bewegen met deze stroomversnelling. Ik laat me meevoeren in de stroom. Ik kan niet anders want als ik aan het verleden blijf vasthouden dan verdrink ik. Ik zeg op sommige dingen eerder ‘nee’ (ik kan niet meer in drukke ruimtes zijn bijvoorbeeld), maar op andere vlakken zeg ik vaker ‘ja’ (ik beweeg veel, ik lees veel, ik doe veel met de kinderen). Dat geeft zo veel rust. En die rust is goud waard. Ik leer dus langzaam maar zeker te genieten van die stroom. Wat eerder een kolkende rivier was, begint steeds meer als een warm bad te voelen. Hoe ik mij door deze stroom beweeg, dat draagt bij aan wie ik ben. En dan moet ik denken aan de regel die mij aan het hart gaat:

‘How we survive is what make sus who we are.’  – Rise Against

Dit bericht delen?
Facebooktwitter