Geïnspireerd door Annika Izora heb ik besloten om tien levenslessen te delen die een tuin mij leren. Of het nu om een balkontuintje gaat, of acht hectare professionele groenteteelt, dat maakt niet uit. Hierbij deel 3; enjoy!

Iedere keer als ik aardappels op rooi krijg ik het gevoel alsof ik paaseieren aan het zoeken ben. De spitvork verdwijnt in de grond waar de plant staat, ik licht grond voorzichtig op en schud de grond wat los. Daar komen de aardappels tevoorschijn. Het is een geluksmomentje.

Nu wordt de aardappel geteeld om de knollen, maar alle planten zijn gebaat bij een goed wortelstelsel. Die wortels zoeken op hun eigen manier hun weg door de mysterieuze wereld van de bodem. Een werkelijk universum op zich, met haar eigen wetten, wezentjes en klimaat. Al zoekend en groeiend en voelend strekken de wortels zich verder en verder uit. Dit gaat vrijwel nooit lineair; de wortels wringen zich (letterlijk) in talloze bochten. Om zo de plant te laten groeien, om zo de plant veerkrachtig te laten zijn. De ondergrondse groei, die niemand van ons ziet aan de oppervlakte, is essentieel voor de bovengrondse groei.

Ik durf te zeggen dat het bij mij niet veel anders is. Mijn bovengrondse groei (mijn uiterlijk) is slechts het topje van de ijsberg. Dit blog (om als voor beeld te noemen) is enkel de uitkomst van een lange periode overpeinzingen, schrijven en weer deleten, uitstelgedrag, opgeefgedrag enzovoorts. Dat is de ondergrondse ontwikkeling. Het zwoegen, het zweten en het afzien. Die ondergrondse groei gaat nooit lineair. Het is een wirwar van wortels die mij laat groeien. Hopelijk.

Dit bericht delen?
Facebooktwitter